Het verhaal van Annelie & Yaman

Annelie is mentor van de Syrische Yaman: 'Hij komt er wel'

Ze zitten samen aan een tafeltje in de koffiecorner van de universiteitsbibliotheek in Nijmegen. Hier spreken ze elkaar wekelijks. De een, Yaman Attar (25) met zwarte kuif en donkerbruine ogen, groeide op in de Syrische stad Aleppo. De ander, Annelie de Graaf (23) met lichtblond haar en blauwe ogen, bracht haar jeugd door in de Achterhoek.

Beiden zijn tegenwoordig studenten van de Radboud Universiteit. Zes maanden geleden tekenden ze een contract: Annelie werd voor een half jaar de mentor van Yaman. Al direct bij het 'klikgesprek', als twee kandidaten voor het eerst met elkaar in contact worden gebracht, vielen hen veel gelijkenissen op.

Zo hebben beiden een vier jaar oudere broer. Hun ouders zijn nog altijd gelukkig getrouwd. Hun schooltijd verliep soepel.

Yaman: "We hadden in Aleppo een huis, mijn moeder was biologiedocent. Mijn vader was zakenman en hij regelde allerlei projecten, in de bouw bijvoorbeeld. Mijn jeugd was zorgeloos."

Annelie: "En mijn vader is docent Nederlands, mijn moeder apotheker. Een fijne, vrije jeugd."

 

Gebombardeerd

 

Maar daar houden de gelijkenissen op. Yaman: "In het eerste jaar van mijn rechtenstudie, het was 2011, brak de opstand uit in mijn land." Zelf deed hij niet mee aan de demonstraties tegen president Assad. Yaman: "Te gevaarlijk. Als je buurman je zag demonstreren, kon je al problemen krijgen." Maar in de zomer van 2012 namen rebellen een deel van de stad in, Assad sloeg hard terug. "Toen was het ook oorlog in mijn stad."

 

Annelie: "Ik ging in 2012 in Nijmegen culturele antropologie studeren en trok in een studentenhuis. Ik genoot daarvan, reisde naar het buitenland voor mijn studie: Boedapest, Kenia, Mexico. Je hoorde wel over de oorlog in Syrië. Maar pas na 2015, toen de grote vluchtelingenstroom op gang kwam, is hier echt doorgedrongen hoe erg het daar was."

Begin 2013 kwam Yamans studie met een schok tot stilstand. De universiteit werd gebombardeerd, er vielen tientallen doden. "Ik hoorde 's avonds in bed de bommen vallen." Toen zijn vader een paar maanden later door gewapende mannen werd gedwongen om geld te betalen voor het behoud van zijn bedrijf, besloot hij te vluchten. "'Jij moet ons geld geven, wij kennen je huis, je vrouw, je zonen', zeiden ze tegen hem. Twee dagen later zaten we in Turkije. We wisten niet wie die mannen waren, maar als het persoonlijk wordt, wordt het te gevaarlijk."

 

Dit verhaal is verschenen in Trouw. Lees het volledig artikel hier.